De bitcoin als gestreepte tulp?

In de 17de eeuw ontstond in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de eerste economische bubbel. Die duurde van 1634 tot 1637, en betrof exclusieve gestreepte en gevlamde tulpenbollen die voor steeds hogere prijzen werden verkocht. De duurste tulp ooit was de rood-wit gestreepte Semper Augustus. Deze haalde een bedrag van 6000 gulden per bol. Een andere tulp, de Viceroy, paars-wit gestreept, werd verkocht voor bedragen tussen 3000 en 4200 gulden, de prijs van een grachtenpand in Amsterdam in die tijd. Het gestreepte en gevlamde uiterlijk van de tulpen werd overigens veroorzaakt door een virus.

Vóór die tijd waren exclusieve tulpenbollen ook al duur, maar vanaf 1634 begonnen buitenstaanders zich met de verkoop te bemoeien en ontstond de bekende speculatiegolf. Omdat ook tulpenbollen werden verkocht die net waren geplant en die niemand dus nog in bloei had gezien, ontstond bovendien een handel die nu zou worden aangeduid als futures. Daarmee was de échte ‘windhandel’ een feit. Begin 1637 werd voor het eerst een partij bollen niet geveild. Binnen enkele weken stortte de markt volledig in en vond de eerste ‘krach’ plaats. Na het Nederlandse tulpendebacle volgden nog andere ‘bubbels’, zoals de Engelse South-Sea bubble in 1720, de Amerikaanse beurskrach in 1929, en de wereldwijde kredietcrisis in 2008-2009.

En nu hebben we dan de Bitcoin. De waarde van deze cryptomunt is vanaf het moment van ontstaan spectaculair gestegen, ongeveer 1800 procent in drie jaar. Een échte munt is het niet, meer een soort ruilmiddel. Daarmee onttrekt de cryptomunt zich aan het toezicht door de AFM. Sinds eind 2017 kan ook worden gehandeld in bitcoin-futures, wat speculatie ook nu verder in de hand werkt.

De Belastingdienst heeft ook belangstelling voor het fenomeen getoond: de waarde van cryptomunten wordt fiscaal aangemerkt als vermogen in box 3, of, als erin wordt gehandeld, als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. De bitcoins die men bezit (via één of meer virtuele bitcoinadressen) moeten worden omgerekend naar euro’s en bij de belastingaangifte worden opgegeven in box 3. De peildatum is 1 januari. Wie in 2016 was begonnen met de aanschaf van bitcoins, moet dus in zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2017 de waarde daarvan per 1 januari 2017 opgeven. Per die datum stond de bitcoin nog tamelijk laag genoteerd. Maar per 1 januari 2018 ligt dat anders. Een bitcoin, gekocht begin 2017 voor 640 dollar, is per 1 januari 2018 ruim 6000 dollar waard.

Die winst ziet de fiscus graag in uw aangifte vermeld. Verzwijgen is lastig want via blockchain is alles openbaar. Maar wat als de koers van uw cryptomunt tussentijds instort? Of – een minstens zo apocalyptische situatie – als u uw bitcoins bent kwijtgeraakt? Wie zijn privésleutel kwijtraakt, is namelijk ook zijn bitcoins kwijt. Dat kan als uw harde schijf crasht bijvoorbeeld. Hetzelfde gebeurt als u de pincode van uw hardware wallet vergeet of uw papieren wallet kwijtraakt. En leg dat maar eens uit aan de fiscus…

Bron/Instantie: Redactie FiscaalTotaal