Wordt de middelingsregeling afgeschaft?

Wordt in het ene jaar veel verdiend en in een ander jaar aanzienlijk minder, dan wordt mogelijk teveel belasting betaald. Het is dan verstandig om gebruik te maken van de zogeheten middelingsregeling. Maar wat houdt deze regeling precies in? Kort gezegd: tel het inkomen van drie aaneengesloten jaren bij elkaar op, deel de som door drie en bereken hierover de verschuldigde belasting. Indien de verschuldigde belasting over de afgelopen drie jaar op grond van deze regeling minder bedraagt dan hetgeen is voldaan, is een teruggaaf mogelijk op voorwaarde dat het verschil groter is dan het drempelbedrag van € 545. Maar de vraag is nu of deze regeling blijft bestaan. Op 12 december 2018 heeft de staatssecretaris namelijk het rapport ‘Evaluatie middelingsregeling’ aan de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet zal dit rapport betrekken bij het onderzoek naar stelselverbetering, wat mogelijk kan betekenen dat de middelingsregeling wordt afgeschaft.

Gebruik en benutting

Ten eerste is in de evaluatie gekeken naar het huidige gebruik van de regeling. Het blijkt dat circa 50.000 belastingplichtigen gebruikmaken van de middelingsregeling; het budgettair beslag ligt tussen € 70 miljoen en € 90 miljoen, waarbij de gemiddelde teruggave tussen de € 1.550 en € 1.700 ligt. Gemiddeld maken 28.000 niet-ondernemers gebruik van de regeling en circa 21.000 ondernemers. Het verschil is te wijten aan het verschil in het aantal mensen in loondienst, dat groter is dan het aantal ondernemers. Een saillant punt is dat de grootgebruikers tussen de 25 en 30 jaar zijn. Verder blijkt uit het inkomenspatroon dat 30% van de gebruikers binnen de categorie starter valt en 28% binnen de categorie stopper.

De benutting van de regeling is niet hoog. Slechts 15% van de belastingplichtigen die recht hebben op een teruggaaf doet een beroep op de regeling. Het genoemde budgettair beslag zou vier keer zo hoog zijn als 100% van de rechthebbenden om een teruggaaf verzoekt. Het blijkt dat met name de lage inkomensgroepen onvoldoende gebruikmaken van de regeling, mogelijk omdat de regeling complex is. De belastingplichtige dient zelf een berekening op te stellen, wat voor hen zou leiden tot circa € 2 miljoen aan administratieve lasten. Het kost de Belastingdienst ongeveer € 1,1 miljoen om de verzoeken administratief te verwerken.

Belastingplan 2019

Zoals uiteengezet biedt de middelingsregeling een compensatie voor een progressienadeel. Als gevolg van een recente beleidswijziging zijn sommige heffingskortingen inkomensafhankelijk geworden. Dit betekent dat deze heffingskortingen effect hebben op de mate waarop belastingplichtigen progressienadeel hebben. Doordat heffingskortingen niet worden meegenomen in de middelingsregeling, compenseert de regeling niet voor het progressienadeel.

In het Belastingplan 2019 is opgenomen dat vanaf 2021 sprake is van een tweeschijvenstelsel. Als gevolg hiervan zullen alleen mensen in het toptarief en sommige AOW-gerechtigden gebruik kunnen maken van de middelingsregeling, met als gevolg dat het aantal potentiële gebruikers met circa 60% zal dalen.

Afschaffing

Door de lage benutting, de hoge uitvoeringskosten en het niet meenemen van de inkomensafhankelijkheid van heffingskortingen is het de vraag of de regeling doeltreffend en doelmatig is. Als gevolg van de invoering van het tweeschijvenstelsel wordt de effectiviteit van de middelingsregeling betwijfeld, met inachtneming van het feit dat slechts 15% van de rechthebbenden gebruikmaakt van de regeling. Gezien deze bezwaren is het een optie om de middelingsregeling af te schaffen. Dit vereenvoudigt het belastingstelsel en leidt tot een kasopbrengst. Een groot nadeel is dat de regeling voor iedereen wegvalt, ongeacht de achtergrond van het progressienadeel. De vraag is of dat erg is, nu het progressienadeel toch al minder wordt als gevolg van de invoering van het tweeschrijvenstelsel.

Bron/Instantie: Redactie FiscaalTotaal