NOB-notitie inzake kortetermijnoplossing box 3 arresten Hoge Raad

Op 14 juni 2019 heeft de Hoge Raad geoordeeld (ECLI:NL:HR:2019:816) dat, indien de belastingdruk in box 3 hoger is dan het gemiddeld zonder (veel) risico’s haalbare rendement, er sprake is van een op stelselniveau buitensporig zware last in box 3 die zich niet met het door artikel 1 EP recht op ongestoord genot van eigendom verdraagt. De Hoge Raad heeft verder aangegeven dat het niet aan de Hoge Raad maar aan de wetgever is om in het rechtsherstel te voorzien. Vanzelfsprekend roept het voorgaande de vraag op, op welke wijze en wanneer de wetgever tot wetswijziging over gaat.

Uit de Kabinetsreactie box 3 op basis van werkelijk rendement van 15 april 2019 (2019-0000063014) en uit het overleg op 27 juni 2019 van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer met de staatssecretaris van Financiën volgt dat het kabinet op Prinsjesdag (17 september 2019) een aantal oplossingsrichtingen zal presenteren, maar dat dit vooralsnog niet zal resulteren in een aanpassing van de vermogensrendementsheffing per 1 januari 2020. De NOB (hierna: de Orde) is van opvatting dat een (beperkte) aanpassing per 1 januari 2020 nodig is om voorzichtige spaarders rechtsherstel en dus rechtszekerheid te bieden. Daarmee wordt tevens voorkomen dat grote groepen belastingplichtigen opnieuw (dus ook voor de jaren 2020 en verder) massaal in bezwaar gaan, met hoge kosten voor de belastingbetaler en hoge uitvoeringslasten voor de Belastingdienst als gevolg.

Alhoewel er een duidelijke meerderheid in de Tweede Kamer aanwezig lijkt te zijn om over te gaan op een stelsel van het belasten van werkelijk rendement, is dit kennelijk volgens het kabinet op korte termijn niet te realiseren. Gelet op het bovenstaande rijst de vraag in hoeverre er ‘quick fixes’ mogelijk zijn, die zonder ingrijpende wijzigingen in de wetgeving en de automatisering van de Belastingdienst te realiseren zijn en in enige dan wel geruime mate tegemoetkomen aan de opdracht die de Hoge Raad bij de wetgever heeft gelegd.

De Orde tracht in deze notitie een bijdrage aan de beantwoording van deze vraag te geven om daarmee de wetgever op overzichtelijke wijze te informeren over welke opties er zijn om de voorzichtige spaarder zo snel mogelijk rechtsherstel te bieden.

Bron/Instantie: NOB